Doe jij luchtig over adembescherming?
< Terug


Over fittest


Waar is de verplichting en het sanctiebeleid voor de fittest vastgelegd?

In de asbestcertificatieschema's Sc-530 (asbestverwijdering) en Sc-540 (asbestinventarisatie). De certificatieschema's zijn hiervoor tussentijds gewijzigd. Deze wijziging is op 10 december 2014 vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Klik hier voor de publicatie daarvan in de Staatscourant (lees artikel J en K op pagina 3-4 en de toelichting op pagina 28).

De regels treden op 1 januari 2015 in werking. De certificaathouders zijn hierover sinds medio mei 2014 diverse keren bericht, zowel in de Ascert Nieuwsbrief alsook via de ABM campagne. Het niet voldoen aan deze eis wordt als een categorie 2 afwijking gekwalificeerd.

Als ik de fittest niet per 2015 heb afgelegd, mag ik dan niet meer werken als DTA, DAV of DIA?

Certificaathouders Sc-530 en Sc-540 dienen per 2015 aan de nieuwe regels te voldoen. Indien hieraan niet wordt voldaan riskeert de certificaathouder dat er door de certificatie-instelling een categorie 2 afwijking wordt geconstateerd. Daarop is het sanctiebeleid zoals beschreven in de certificatieschema's op van toepassing.

Wie mogen er een fittest uitvoeren?
De fittest dient te worden uitgevoerd volgens het zogenoemde HSE protocol, waarin onder andere eisen zijn gesteld aan de wijze waarop de fittest moet worden uitgevoerd. 

Er is in Nederland (nog) geen 'erkenningsregeling' beschikbaar is voor deskundige fittesters, maar leveranciers van ABM hebben al ervaring met het uitvoeren van fittesten. In de intentieverklaring tussen Ascert en enkele marktpartijen verklaren deze marktpartijen bij het fittesten het HSE protocol toe te passen. In de intentieverkalring zijn enkele aanvullende bepalingen opgenomen, waaronder de informatievoorziening aan Ascert in het kader van de monitoring van de voortgang. Ook andere marktpartijen kunnen de intentieverklaring ondertekenen, waarmee zij verklaren het HSE protocol te volgen en tevens toezeggen om informatie / data te verstrekken aan Ascert in het kader van het monitoringsprogramma. 

De fittest dient jaarlijks te worden uitgevoerd en dit is in zoverre 'de eerste ronde'. Zodra er een goede regeling voor de borging van deskundigheid van fittesters beschikbaar is, zal in de fittesteis daarbij worden aangesloten. Tot die tijd volstaat de verklaring van uw fittester dat de fittest volgens het HSE protocol is uitgevoerd.
Moet ook een fittest worden gedaan voor een masker met onafhankelijke lucht?
Het HSE protocol schrijft voor dat wanneer iemand met verschillende typen ABM’s werkt, voor elk type de passendheid dient te worden beoordeeld door middel van een fittest.

Voor de Nederlandse situatie is het basisprincipe gehanteerd dat wanneer men werkt met maskers voor zowel afhankelijke als onafhankelijke lucht voor beide typen adembescherming een fittest moet worden gedaan. Een uitzondering op dit basisprincipe geldt voor de Scott Vision maskers die dezelfde kleur en maat hebben en van hetzelfde materiaal zijn gemaakt. In deze gevallen kan volgens de fabrikant worden volstaan met één fittest voor één van de maskers. 

Voor de volledige achtergrond en uitleg hierover wordt verwezen naar de verklaring van Ascert over dit onderwerp.


Moet ook een fittest worden gedaan voor een halfgelaatsmasker die door de DIA wordt gebruikt?
Nee, in de Sc-540 is bepaald dat de fittest alleen geldt voor het gebruik van een volgelaatsmasker.
Geldt de verplichting voor de fittest ook voor laboranten?
Het vereiste van de fittest is vastgelegd in de Sc-530 en de Sc-540 (dus voor DTA, DAV en DIA). 

Een passend ABM is uiteraard ook van belang voor laboranten die betrokken zijn bij de vrijgave. Voor laboratoria is er geen certificatieschema, dus op deze wijze kan dit voor laboranten niet worden verankerd. In de arboregelgeving waarin is bepaald dat werknemers geschikte PBM moeten dragen en over het juist gebruik daarvan worden voorgelicht en onderricht.
Wie is bij inleners verantwoordelijk voor de fittest?
In de Sc-530 en de Sc-540 wordt geen onderscheid gemaakt tussen werknemers en inleners. Dat sluit aan bij de Arbowet, waarin inleners gelijk worden gesteld aan werknemers. De certificaathouder dient dus te borgen dat aan de eisen voor ABM wordt voldaan. Het maakt daarbij niet uit of dit een eigen werknemer of een ingeleende persoon is. 

Het asbestverwijderingsbedrijf en asbestinventarisatiebureau kan uiteraard wel met bijvoorbeeld een uitzendbureau of ZZP-er afspreken dat deze er zelf voor dient te zorgen dat een passend masker beschikbaar is en wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld worden opgenomen in de inleenovereenkomst. Of dat hieraan worden voldaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zal dan wel moeten worden gecheckt door de certificaathouder.

Is een fitfactor hoger dan 100.000 onjuist?

In artikel 16 van de Operational Circular 282/28 wordt gesteld dat hoge waarden voor de fitfactor kunnen duiden op een probleem bij het fittesten en dat het resultaat dient te worden geverifieerd. De letterlijke tekst van artikel 16 van de Operational Circular 282/28 luidt als volgt:

Very high fit factors, i.e. figures over 100,000, could indicate a problem with the application of the fit test and the validity of the result should be checked.

Het is de verantwoordelijkheid van de deskundige operator van de fittest om ingeval van hoge fitfactoren extra te controleren of de fittest juist is uitgevoerd.